Terug naar Natuur
Persbericht
13 mei 2011
Struikroversgezocht!
Ze
zijn vlug en alert! Je hebt geluk als je er één ziet: de kleine marters
wezel, hermelijn enbunzing. Niet in de laatste plaats omdat ze in
Utrecht zeldzaam lijken te zijn. Zo zeldzaam dat wezel en hermelijn op
de Rode lijst van Nederlandse zoogdieren zijn geplaatst. Maar klopt dit
beeld wel? Zoogdieratlas Utrecht roept uw hulpin.
Zoogdieratlas Utrecht probeert van alle zoogdiersoorten in de provincie
Utrecht deverspreiding in kaart te brengen. Van veel soorten krijgen we
al een goed beeld,maar het aantal waarnemingen van wezel, hermelijn en
bunzing valt tegen. Dit zijn de kleine broertjes en zusjes van otter en
boommarter. Net zij hebben dekleine marters korte poten en een
langgerekt lichaam. Wezel en hermelijn lijkenveel op elkaar. Beide
hebben een grijs- tot roodbruine rug en witte buik, maarde hermelijn is
groter en heeft een langere staart met een zwarte punt. De bunzing is de
grootste van de drie, heeft en donker gekleurde rug en poten en lichte
buik en flanken. Op z’n gezicht draagt hij een ‘Zorro’-masker.
Nu kan hetnatuurlijk
zo zijn dat deze dieren daadwerkelijk zeldzaam zijn. Doorveranderingen
in het landschap is veel leefgebied van de kleine marters verdwenen.
Kleine marters houden van kleinschalig cultuurlandschap. Als ware
struikrovers houden ze zich vooral op waar heggen, houtwallen, ruige
bermen en ruige slootoevers de akkers en graslanden doorsnijden. Daar
vinden ze hunfavoriete voedsel (muizen) en zijn voldoende schuilplaatsen
om uit te rusten enjongen te werpen. Tegenwoordig is het agrarisch
cultuurlandschap grootschaliger. Ook het ‘schoner’ worden van bossen en
boerenerven (ontbreken van‘rommelplekken’, zoals takkenhopen, oude
schuurtjes en dergelijke) beperkt demogelijkheden voor kleine marters.
Dit kan de verklaring zijn voor het geringer aantal waarnemingen, maar
toch vermoeden wij dat de kleine marters ruimerverspreid voorkomen.
Daarom roepen wij iedereen op om iedere wezel, hermelijn ofbunzing die
men ziet door te geven.
Waarnemingen doorgeven kan via
www.telmee.nl of via
www.waarneming.nl. Je mag ook een e-mailsturen naar
dennis.wansink@zoogdiervereniging.nl. Vermeld daarin dan:
- de soort, met een
korte beschrijving hoe die er uitzag (heb je ‘m gefotografeerd, nog
beter);
- de locatie waar je
hem zag (bijvoorkeur aangegeven op een kaart; GPS coördinaten of een
Google Earth bestand mag ook);
- datum en tijd;
- hoe je hem zag levend,verkeersslachtoffer, jagend, slapend etc.).
Ook waarnemingen van sporen (prenten, uitwerpselen, vraatresten) zijn welkom. Leg
dezewaarnemingen wel vast op foto of film, zodat we kunnen controleren
dat de determinatie juist is. Beide websites hebben de mogelijkheid om
foto’s en video’s te uploaden.
Meer informatie over
de drie kleine marters vind je op de website van de Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl)
onder het kopje ‘Zoogdiersoorten’.
Aanvulling
In overleg met de
auteur van bovenstaand persbericht, nog een kleine aanvulling.
Anna’s Hoeve ligt
net niet in de provincie Utrecht, maar er wel pal tegenaan.
Daarom zijn
waarnemingen van kleine marterachtigen in Anna’s Hoeve ook voor de
provincie Utrecht interessant.
Bovendien loopt er
in de andere provincies, waaronder ook Noord-Holland, een soortgelijk
project Zoogdieratlas.
Op de webpagina’s
Zoogdieratlas Utrecht en
Zoogdieratlas Noord-Holland
is aanvullende informatie beschikbaar, zoals kaarten met waarnemingen die tot op heden
zijn verzameld.
Behalve aan Dennis
Wannink (Utrecht) kunnen waarnemingen ook worden doorgegeven aan Dorien
Hoogeboom, mailadres d.hoogeboom(at)landschapnoordholland.nl
Terug naar Natuur
|